De rol van de sharia in de islamitische wereld
De sharia, de islamitische wetgeving, behelst heel wat meer dan steniging of amputatie van ledenmaten, al komt ook dat voor in sommige moslimlanden. In een vuistdik boek Sharia Incorporated trachten de auteurs het rechtssysteem van een twaalftal moslimlanden te verhelderen en in een context te plaatsen. Maar overtuigen kan het boek niet, aldus arabist Jan Jaap de Ruiter in VolZin. Wat blijft staan is dat de sharia ongelijkheid en onvrijheid produceert.
Door: Jan Jaap de Ruiter
Wie op Google de woorden sharia en steniging intypt, krijgt meer dan 20.000 hits. Het zijn doorgaans sites van westerse organisaties of media die aandacht besteden aan de relatie tussen de sharia, de islamitische wet, en steniging. Zo kan de indruk ontstaan dat islamitische landen gebukt gaan onder het juk van deze meedogenloze wet en dat mensen gestraft worden voor zaken als overspel en homoseksualiteit, die in de meeste westerse landen allang niet meer strafbaar zijn. Het boek Sharia Incorporated. A comparative Overview if the Legal Systems of Twelve Muslim Countries in Past and Present, een vuistdik boek van bijna 700 pagina’s, beoogt dit soort vooroordelen weg te nemen. Maar of het daar ook in slaagt valt nog te bezien.
Niettemin is het waar dat in de islamitische wereld, die anderhalf miljard inwoners telt, doodstraffen door steniging alleen maar in Saoedi-Arabië en Iran worden uitgevoerd en dat in beperkte mate. Een voorgenomen steniging in Nigeria ging na internationale protesten niet door. De teneur van het boek is dat de sharia meer is dan steniging. De auteurs is er alles aan gelegen een helder en genuanceerd beeld van de islamitische wet neer te zetten.
Schat aan gegevens
Het boek is inderdaad helder geschreven en bevat een schat aan gegevens over de geschiedenis van de wetgeving en moderne wetgeving in de islamitische wereld. Toch overtuigt het boek niet voor zover het een verdediging van rechtspraktijk in de islamitische wereld wil zijn en de rol van de sharia daarin.
De regels van de sharia komen voort uit de Koran, voor moslims de openbaring van God aan Mohammed. Op basis van de Koran en de verhaaltraditie over het leven van de profeet ontstond er een islamitische jurisprudentie (fiqh) die het geheel aan islamitische wetsregels voortbracht. Er waren toen, en ook nu nog, verschillen van mening, wat leidde tot het ontstaan van vier wetscholen die tot op de dag van vandaag bestaan. Deze scholen hebben overigens meer met elkaar gemeen dan dat ze van elkaar verschillen. Twee eeuwen na de dood van de profeet in 632 werd de ‘deur van de interpretatie’ gesloten. De wet was ‘af’ en bronnen mochten niet meer op eigen gezag worden geïnterpreteerd. Later, in de negentiende eeuw, werd de deur van interpretatie weer geopend, hetgeen door sommigen af- en door anderen goedgekeurd wordt. Zo ontstaat het beeld van een niet-eenduidige sharia, een geheel aan teksten, interpretaties en toepassingen waarin dus variatie mogelijk is.
Dit gegeven, aldus de auteurs, weerspreekt de mening en overtuiging van veel westerlingen dat er maar één islamitische wet is. Dat is niet zo. Er zijn verschillende sharia’s. Daarbij komt dat in lang niet alle moslimlanden de sharia automatisch de heersende wet is. Het boek behandelt twaalf van de tientallen moslimlanden ter wereld, waarbij vooral gelet is op diversiteit. Zo komen Saoedi-Arabië en Iran aan bod als landen waar de sharia de heersende wetgeving is. Turkije is een voorbeeld van een land dat een volkomen seculiere wetgeving kent. Daarnaast behandelt de publicatie ook islamitische landen op de rand van de islamwereld, Maleisië en Indonesië in het oosten en Mali en Nigeria in het (zuid)westen. De overige landen bevinden zich in de Arabische wereld: Marokko, Egypte en Soedan en centraal Azië: Afghanistan en Pakistan. Zes van de twaalf landen stellen in hun constitutie dat de sharia een of de bron van wetgeving is. Het gaat om Egypte, Saoedi-Arabië, Soedan, Afghanistan, Iran en Pakistan. De andere zes hebben de sharia niet als inspiratiebron.
Vrijwel alle behandelde landen onderschrijven het gelijkheidsbeginsel tussen man en vrouw in hun grondwet, op Saoedi-Arabië na en alleen Egypte en Iran beperken dit beginsel op basis van hun interpretatie van de sharia. De andere landen doen dat dus niet. Verder garanderen alle landen, behalve weer Saoedi-Arabië, de vrijheid van godsdienst en beperken ze deze ook niet op basis van de sharia. Je kunt dus, op basis van de officiële wetgeving, in elf van de twaalf behandelde landen vrij als jood of christen je godsdienst belijden. Dat de praktijk evenwel een andere is, is echter evident.
Speerpunten
De auteurs van het boek formuleren vier speerpunten in hun behandeling van de twaalf landen: de dominantie van de sharia, de juridische status van vrouwen, lijfstraffen en schending van mensenrechten. De auteurs stellen dat ze dit rijtje beangstigende thema’s hebben gekozen omdat ze veel voorkomen in westerse discussies over de islam. Het boek wekt zo de indruk het gevormde negatieve beeld te willen rechtzetten.
Dat doet het op de eerste plaats, zoals boven al aangegeven, door te stellen dat er niet één sharia bestaat. Op de tweede plaats wijzen de auteurs op de grote verschillen tussen islamlanden. En ten slotte benadrukt men dat er in islamstaten een constant debat dan wel strijd gaande is tussen de puristen, die streven naar de zuivere islam en de liberale stemmen, die op zich niet tegen de sharia zijn maar hem wel een plaats willen geven in een systeem van check and balance.
Ingewikkeld web
Toch weet het boek, met name wat betreft de vier speerpunten, geen geruststellend beeld te schetsen van de situatie in diverse islamitische landen. Als je de hoofdstukken over de twaalf landen leest, wordt de indruk niet of nauwelijks weggenomen dat elementaire ongelijkheid en gebrek aan vrijheid veroorzaakt worden door de wetgeving in die landen – geïnspireerd door de sharia of niet – en de jurisprudentie die er heerst.
Koloniaal verleden
Alvorems hierop in te gaan, moet ik eerst enkele belangrijke constateringen uit het boek noemen. Een overgrote meerderheid van de islamitische landen wordt niet officieel en direct door de sharia geregeerd. Een van de oorzaken is het koloniale verleden. In de negentiende eeuw ‘koloniseerden’ met name Groot-Brittannië en Frankrijk de islamitische wereld en voerden er hun eigen wetgeving in. Zo is de Marokkaanse wetgeving gebaseerd op die van Frankrijk, die van Egypte heeft een Britse basis, enzovoorts. Dit betekende niet dat, met name op het gebied van familiewetgeving, de islam buiten spel kwam te staan. In de meeste landen wisten de westerse machthebbers een ingewikkeld web van Europese wetten te spinnen waarin islamitische wetgeving een, weliswaar ondergeschikte, plaats kreeg.
Interessant in dit verband is overigens de positie van het gewoonterecht. Dit recht is niet noodzakelijkerwijs van islamitische origine en ook dit kreeg in diverse landen een plaats. Vandaag de dag wordt wetgeving op basis van dit gewoonterecht nog steeds verward met op sharia gebaseerd recht. Een voorbeeld is de vrouwenbesnijdenis. De auteurs van het boek laten geen kans onbenut om op dit verschil te wijzen en op te merken dat er weer sprake is van een westers vooroordeel.
Ten slotte wordt de nationale wetgeving van veel islamitische landen beïnvloed door internationale wetgeving die voortkomt uit samenwerking met organisaties als IMF en de Wereldbank. De organisaties eisen dat wetgeving wordt aangepast alvorens zij overgaan tot financiële steun. Noodgedwongen doen landen dat dan ook. In dit verband is het ook van belang te melden dat de diverse behandelde moslimlanden een aantal mensenrechtenverdragen hebben ondertekend. Het gaat om het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en het Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling en bestraffing. Alle landen behalve Saoedi-Arabië en Maleisië hebben de eerste ondertekend, voor de tweede overeenkomst heeft alleen Soedan niet getekend en het is weer Maleisië dat het laatste niet heeft ondertekend.
Mooie beeld
Dit zijn allemaal uiterst positieve ontwikkelingen. Maar de auteurs van Sharia Incorporated geven zelf al aan dat dit mooie beeld ernstig “wordt gefrustreerd omdat nationale wetgeving en maatschappelijke praktijken vaak contrasteren met de inhoud van de verdragen.” Praktijken van discriminatie worden, zo stellen zij, “gesanctioneerd door de nationale wetgeving en lokale wetten die gebaseerd zijn op de sharia”. Dit laatste wordt nog eens versterkt door de zogenaamde hadd-bestraffingen die in de wetgeving van zes van de twaalf landen is opgenomen. Hadd-overtredingen zijn bijvoorbeeld buitenechtelijke seks, diefstal en alcoholgebruik. Daar staan lijfstraffen op. Maar, zo stelt het boek relativerend: alleen Saoedi-Arabië voert daadwerkelijk amputaties uit en sinds president Ahmadinejad aan de macht kwam, gebeurt het ook in Iran, een land overigens waar men met de regelmaat van de klok mannen ophangt vanwege (vermeende) homoseksualiteit. Maar ophangen, zo bezweert het boek ons, is geen door de sharia verordonneerde straf. Een hele geruststelling.
Meewarige blik
Sharia Incorporated geeft veel goede informatie, maar dat neemt niet weg dat het grondmotief: hoe weerspreken we de negatieve westerse beeldvorming over de sharia en de islamitische wereld, soms hindert. Zo wordt in het nawoord ingegaan op de prioriteiten van de regeringen van moslimlanden. De lezer moet vooral niet de indruk krijgen dat het gedoe met de sharia deze regeringen constant bezighoudt. Dat is helemaal niet het geval. Integendeel, de moslimregeringen hebben, aldus de auteurs, slechts drie politieke doelen: stabiliteit, welvaart en maatschappelijke rechtvaardigheid. Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik dit las. Leg deze stelling maar eens voor aan de talloze jongeren in Egypte, Syrië en Iran, dan krijg je op zijn minst een meewarige blik terug.
En zo gaat het door: democratisering en verkiezingen – er wordt niet gezegd in welke landen – brengen veranderingen ten goede te weeg. In Nigeria is de islamisering al weer over haar hoogtepunt heen. In landen als Egypte en Marokko is wetgeving aangenomen die de positie van vrouwen zou verbeteren. Tegelijkertijd lezen we in het hoofdstuk over Marokko dat deze veranderingen tamelijk marginaal zijn en dat we nog maar moeten afwachten of de rechters in de dagelijkse praktijk de nieuwe wetgeving uitvoeren.
Aan het slot van het boek wordt gesteld dat de “internationale zoektocht naar rechtvaardigheid in de moslimwereld” met politieke welwillendheid moet worden bekeken en op grond van een stevige kennisbasis. En: als “mensenrechten de rechten zijn van alle mensen, dan zouden ze niet mogen conflicteren met de overtuigingen van anderhalf miljard mensen”. Er zou begrip moeten zijn voor de dilemma’s waar de moslimregeringen mee te maken hebben bij het implementeren van de mensenrechten. Zij hebben immers, aldus de auteurs, te maken met “bevolkingen die in meerderheid een positieve kijk hebben op de sharia”. Die laatste stelling wordt niet bevestigd door enig geciteerd empirisch onderzoek. Hoe zou dat ook moeten: het is niet gebruikelijk in islamitische landen neutrale volksraadplegingen te houden.
Ongelijkheid en onvrijheid
Het boek doet pogingen de invloed van en scherpe kanten aan de sharia te relativeren en in een context te plaatsen. Die laatste poging is zeker geslaagd. Maar staan blijft dat Sharia Incorporated niet in staat is het oordeel weg te nemen dat de sharia ongelijkheid en onvrijheid produceert, linksom of rechtsom. Welke Europeaan zou het een goede zaak vinden dat vrouwen per definitie in een lagere machtspositie verkeren dan mannen? Dat op homoseksualiteit de doodstraf staat, dat overtreders, overigens geheel tegen de regels in, worden opgehangen, of dat homo’s op zijn best stilletjes getolereerd worden, ‘als we het maar niet zien’ en ga zo maar door.
De bottom line van mijn visie op de sharia is dat wetgeving die gelijkheid en vrijheid beoogt geen inmenging duldt van religie of ideologie. Religie is een mooie zaak, maar wie landen gaat regeren volgens de regels van een religie weet dat het op termijn gedaan is met gelijkheid en vrijheid. De Europese geschiedenis grossiert in voorbeelden. Zouden westerse juristen en bevolkingen het accepteren dat woorden van Jezus “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” de basis zouden zijn van de nationale wetgeving? Dat alle rechtsregels geïnspireerd zouden worden door dit Woord en de consequenties van dit Woord? De vraag stellen is hem beantwoorden. God verhoede dat. En moge God ook erbarmen krijgen met de islamitische wereld en deze bevrijden van een wet die Hij nooit zo bedoeld kan hebben. Hij is immers barmhartig en vergevend?
Jan Jaap de Ruiter is arabist en verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Voor meer informatie: www.janjaapderuiter.eu. Bovenstaande tekst werd eerder geplaatst in VolZin nr. 16 van 2010. Kijk ook eens op http://www.ru.nl/soeterbeeckprogramma/terugblik/terugblik_2010/verslagen_en_teksten/coreferaat-jan-jaap/ voor zijn ideeën over de sharia.





Hoe is het toch mogelijk dat er altijd mar weer over en niet met moslims gesproken wordt