Recensie van ‘Café Mogadishu’
“…En dat was voor het eerst dat ik het ‘zag’. Ik wist allang dat het er was. En ik had het ook allemaal vaak al eerder gezien. Maar toen pas, geblokkeerd op de Vaillantlaan, begon ik echt te ‘kijken’.”
Café Mogadishu gaat over het andere Nederland, aldus auteur Robbert van Lanschot. Het Nederland van de islam. En inderdaad, in de verschillende kortere en langere verhalen in het boek komen de ervaringen van de auteur in islamitische kringen in Nederland aan de orde. Van Lanschot zwierf het land door op zoek naar een beter zicht op de leefwereld van islamitische Nederlanders. Zijn ervaringen en verhalen zijn zeer uiteenlopend: van een oude Haagse lunchroom waar vroeger de gastarbeiders kwamen en nu de islamitische vrouwen buiten aan het luikje staan, via het vrouwencentrum en de moskee (o nee: het cultureel centrum met een gebeds- maar vooral ontmoetingsruimte) naar de vrienden van Pim. Om te eindigen bij een Koerdisch nieuwjaarsfeest.
In zijn voorwoord schrijft de auteur dat hij zich zorgen maakt over de culturele en sociale verschillen in Nederland. De wereld van de Nederlandse moslim is intrigerend maar ook beangstigend, aldus Van Lanschot. Met de verwachting een vrij beklemmend beeld over ‘het Nederland van de islamitische allochtoon’ voorgeschoteld te krijgen, begin ik aan het boek. Ik zet me schrap door de omschrijving op de kaft: “Van Lanschot heeft een verontrustend verslag opgetekend.” Tot mijn verbazing lees ik vrolijke verhalen over vrouwen die fietsles krijgen en het tapijt in de moskee dat niet richting mekka ligt. Het ’speciaal eten’ in café Mogadishu is aan te bevelen als ik de auteur begrijp. Ook het verhaal over de distributie van miraa (hier beter bekend als qat) vanuit Kenia naar Nederland voor de Nederlandse Somaliërs is vrij opgewekt van toon. Het boek leest als een trein en halverwege vraag ik me af of ik iets over het hoofd zie. Waar zijn de schokkende verhalen? En waar ligt het eigenlijk aan dat ik niets schokkends lees? Aan de auteur? Aan mij? Ben ik door mijn (van huis uit) orthodox-christelijke achtergrond wel gewend aan een situatie waarin segregatie en bewust afstand nemen van de maatschappij normaal zijn? Grijpt het mij daarom niet aan dat de Nederlandse moslims in wezen alleen hun eigen God erkennen als leider? Dat ze seculiere machten als lager zien en niet-moslims, of ze nu christen zijn of humanist, als ongelovigen? Mensen die je eigenlijk niet serieus hoeft te nemen, omdat ze (nog) niet volgens de juiste inzichten leven? Mensen die je zelfs mag bedriegen, gezien het verhaal over het cultureel centrum met gebeds- en ontmoetingruimte, alias moskee met ruimte voor koranles. Even voor de duidelijkheid: degenen die hier pootje gelicht worden, zijn de leden van de stadsdeelraad Oost-Watergraafsmeer.
Misschien ligt het inderdaad aan mij dat ik niet geschokt ben. Niet mijn religieuze achtergrond, maar mijn ervaringen met moslims lijken hier de oorzaak van te zijn. Gedurende meerjarige contacten met moslims zijn veel van de ervaringen van Van Lanschot ook de mijne geworden. De strengheid waarmee je toegesproken wordt als je (als niet-moslim) onbewust regels overtreedt die vanuit islamitisch perspectief zeer belangrijk zijn. Zoals het moment dat ik mijn schoenen uittrok óp de loper naar de gebedsruimte (verkeerd, het moet ervóór!) of het moment dat Van Lanschot de koranles voor meisjes binnenstapt. De (bijna) fixatie op de contacten tussen mannen en vrouwen. Of beter gezegd: het reguleren van deze contacten, zodat er vooral niets onzedelijks gebeurt. De waardering als je als niet-moslim iets op de juiste manier doet, of aangeeft interesse te hebben in de islam. Een potentiële nieuwe bekeerling?
Schokkend vind ik het boek niet. Dit komt mede door de opgewekte toon en omdat er in het menselijk contact dat Van Lanschot beschrijft ook veel positiviteit, gezelligheid en behulpzaamheid zit. Zoals in het verhaal van Martin, de man met een spierziekte die veel hulp krijgt van zijn moslimburen. Maar is het boek bij nader inzien misschien wel verontrustend? Dat er bij ons om de hoek zo geheel anders wordt geleefd door onze islamitische medeburgers? Maar wie is ‘ons’? Zijn wij Nederlanders niet ook ontzettend verschillend? En als we er van uitgaan dat het boek een verontrustende boodschap heeft, wat moeten we er dan mee? Alle moslims verbieden om hun eigen leefwijze te hanteren? Met ze praten? In dialoog gaan? En hoe gaan we dat doen? Ze een boete geven of juist vleien met mooie beloften? Langdurige gesprekken met ze houden waarin we hen overtuigen van de onjuistheid van hun visie? Kan er werkelijke interactie en werkelijke dialoog ontstaan met deze groep?
Zomaar wat van mijn gedachten na het lezen van dit boek. Wie weet zet het boek u aan tot geheel andere overpeinzingen. Café Mogadishu is zeker de moeite van het lezen waard. En u ontdekt dan in ieder geval wat een ‘kapsalon’ is.
Voor meer informatie over het boek en/of bestellingen: klik hier.
Bovenstaande recensie werd geschreven door Ellis van Altena, intercultureel pedagoog en redactielid van ’Bruggenbouwers’





u als intercultureel pedagoog hebt natuurlijk al veel gezien van wat ik beschrijf in ‘cafe mogadishu’. vandaar wellicht dat in uw recensie niet veel verbazing doorklinkt over wat ik op mijn omzwervingen ben tegengekomen. en inderdaad, de toon van de meeste verhalen is vrolijk. maar soms zit er mijns inziens toch een enorme tragiek achter. neem bijvoorbeeld het door u gesignaleerde verhaal ‘fietsles voor vrouwen’. die fietsles was prachtig om mee te maken. maar ik hoorde er wel dat sommige vrouwen thuis aan hun echtgenoot niet durven te zeggen dat ze op fietsles zitten. want het centrum dat de cursus organiseert wordt ook wel eens door ‘mannen’ bezocht. ook het fietsdiploma moeten ze dus geheim houden. en nog specialer: soms hebben ze fietsen maar ook die moeten noodgedwongen een geheim bestaan leiden. ik vertelde een goede kennis van me uit amerika over dat laatste en zij zei: ‘oh wow, als er ooit een engelse vertaling komt, dan zou je het boek “the land of the hidden bycicles’ moeten noemen. mischien vindt een intercultureel pedagoog het juist leuk of interessant dat nederland nu ook mevrouwen telt die bang zijn thuis gestraft te worden als de heer des huizes zo’n geheime fiets ontdekt. ik vind zoiets eerder om in tranen uit te barsten. na afloop van mijn interview in het radioprogramma ’spijkers met koppen’, zei felix meurders me dat hij ‘cafe mogadishu’ onthutsend had gevonden. dat was voor mij uiteindelijk ook die fietsles voor vrouwen: leuk en gek en charmant, maar ook onthutsend.